|
|
|
|
geschreven door LC
|
|
woensdag 04 januari 2006 |
|
DE AANVALLENDE PARTIJ (OFFENSE) Elf aanvallende spelers proberen zo veel mogelijk punten te scoren om zo het hoofd te bieden aan de tegenstander. De volgende posities vormen de aanvallende kern van een American football ploeg:
QUARTERBACK
De aanvallende partij staat onder leiding van de quarterback. De quarterback is de spil van de 'offense', de spelverdeler. Hij is degene die de aanvallende lijnen uitzet en die er voor moet zorgen dat de aanval scoort. Om te scoren moet de aanval de andere kant van het veld bereiken en de bal in de 'endzone' van de tegenstander brengen.
De spelverdeler heeft telkens vier pogingen om tien yards te overbruggen om zo de aanval in stand te houden. De quarterback kan de bal gooien naar een van zijn receivers of de bal afgeven aan de running back, die vervolgens met het ovaal aan de haal gaat.
Mocht het de aanval niet lukken tien yards te overbruggen, dan moet de bal worden afstaan aan de tegenstander.
WIDE RECEIVER In de aanvallende lijn staan razendsnelle mannen opgesteld. Deze mannen, receivers, onderscheiden zich door hun snelheid en acrobatische vermogen om op allerlei manieren de bal te vangen. Een receiver krijgt de bal van de quarterback en moet dan proberen zoveel mogelijk yards te veroveren. De pass kent wel risico's, want de bal kan het doelwit compleet missen en in de handen van de tegenstander terechtkomen. Dit heet een onderschepping en staat hoog bovenaan het verlanglijstje van de verdediging. Veel receivers kennen een verleden in de atletiek en zouden op de Spelen geen slecht figuur slaan.
TIGHT END
De 'tight end' is het manusje-van-alles in het veld. Hij staat opgesteld aan het einde van de offensive line en kent twee kerntaken. Meestal wordt de grote positie-speler gebruikt als een extra blocker om de quarterback of de running back de nodige bescherming te geven. Soms kan hij ook als een extra verrassing zorgen: de tight end mag als enige lid van de offensive line ook ballen vangen. Na zijn block stormt hij dan het veld op om als 'uitlaatklep' te dienen voor de spelverdeler. Een veeleisende functie dus. Tight ends zijn daarom vaak de meest atletische jongens op het football-veld.
HALFBACK
De halfback is een aanvaller, die achter de quarterback is gepositioneerd. Als de bal hem in handen wordt gedrukt, kan hij dankzij zijn snelheid en wendbaarheid gebruikmaken van de gaten die de offensive line voor hem creëert. Het inzetten van de RB is minder risicovol dan de pass, maar heeft als nadeel dat men beduidend langzamer terreinwinst boekt dan bij de veelal spectaculaire en lange pass. Een goede RB heeft een gemiddelde van 4 tot 5 yards per poging. De RB fungeert soms als extra blocker voor de quarterback.
FULLBACK De fullback komt alleen bij specifieke opstellingen in het veld. Net als de running back bevindt hij zich voor aanvang van het spel achter de quarterback. De fullback is zwaarder gebouwd dan de running back en zijn voornaamste taak is dan ook om voor zijn compagnon uit te blocken. De fullback zet het eerste en veelal belangrijkste block op het pad van de wendbare back. Hij kan de bal echter ook zelf in ontvangst nemen van de quarterback en hiermee aan de haal gaan. Meestal gaat het hier om kleine sprintjes voor korte terreinwinst.
OFFENSIVE LINE De zware jongens die de quarterback en de running back moeten beschermen vormen samen de Offensive Line. Het gewichtige vijftal heeft de belangrijke taak om de spelverdeler genoeg tijd te geven om de bal te gooien. Indien de running back de bal krijgt, moet de offensive line gaten in de verdediging creeren. De offensive line bestaat uit een center, twee guards en twee tackles. De center heeft de taak door zijn benen door aan de quarterback te geven. Zo begint een nieuwe aanvalspoging. Een goede offensive line merk je niet op. De jongens hebben geen stats waar ze mee kunnen pronken. Als een offensive line zijn werk echter niet goed doet, dan verkeert zijn ploeg in problemen. Dan wordt een quarterback gesacked of kan de running back geen terreinwinst vergaren.
|
|
| |